|
|
HERBA SANITAS kruidenpraktijk-e-mailconsulten-kruidenopleiding-workshops-cursussen-lezingen
Hildegard von bingen |
|
|
Hildegard, Femina Universalis © Copyright 2007, Gonnie van Elteren, Herba Sanitas Alle rechten gereserveerd (tekst geschreven door Gonnie van Elteren, op deze tekst rust auteursrecht, kopieren mag alleen met toestemming van de auteur, en met vermelding van de naam van de auteur)
Hildegard von Bingen (1098-1179) wordt algemeen gezien als een van de opmerkelijkste mensen van de middeleeuwen en is tegenwoordig nog steeds, en zelfs nu meer dan ooit, een icoon van deze periode uit de Europese geschiedenis. In haar eigen tijd werd ze al als zeer bijzonder beschouwd en ook nu nog zijn mensen gefascineerd door deze Duitse abdis, die zoveel talenten had en zulke opmerkelijke dingen deed. Als een van de eerste van naam bekende componisten, en dan ook nog een vrouw, is haar muziek tegenwoordig populairder dan ooit, en de op haar kruidkundige werken gebaseerde natuurgeneeskunst is vooral in Duitsland een hype. Onder de naam ‘Hildegard-Medizin’ worden tal van kruidenproducten op de markt gebracht. Hildegard is dus ‘Big Business’ geworden. Het door haar gestichte en nog steeds bestaande Benedictijnenklooster op de Rupertsberg bij Bingen trekt grote aantallen bezoekers, heeft een website in het Duits en Engels (www.abtei-st-hildegard.de) en is zich welbewust van de statuur van hun stichteres in de hele wereld. Via het internet worden door het klooster zelfs tal van producten verkocht, zoals wijn, kruiden en muziek. Hildegard was een ‘femina universalis’, een renaissance-mens, voordat de renaissance ook maar begonnen was, maar tegelijkertijd een middeleeuws kind van haar tijd. Diep religieus en spiritueel, doortrokken van de toen heersende christelijke visie op de mensheid, maar soms ook verrassend modern in haar boodschap aan de wereld, of misschien staat de huidige wereld wel weer meer open voor stemmen als die van Hildegard, en lijkt zij modern, terwijl ze dat eigenlijk niet is….. Wat Hildegard in haar eigen tijd vooral opmerkelijk maakte was het feit dat ze een vrouw was, en dan een vrouw die zich niet liet beperken door de rol die de middeleeuwse samenleving aan vrouwen voorschreef. Vrouwen werden gedurende de Europese middeleeuwen door tal van vooroordelen achtervolgd. Door sommige kerkvaders als nauwelijks menselijk gezien en analoog aan Eva makkelijk te verleiden door de duivel tot alle kwaad. Tegelijkertijd was daar de Heilige Maagd Maria, als moeder van God, de grote spirituele inspiratie en troosteres voor de middeleeuwse mens. Weliswaar een zwakke vrouw, maar vrij van de zonde van Eva door de maagdelijke geboorte van Jezus. Bemiddelaarster tussen de zondige mens en de almachtige God de Vader, weldoenster en beschermster van de zwakste. Tussen deze uiterste van niet-menselijkheid en opperste Goddelijkheid zweefde het middeleeuwse vrouwbeeld. Hildegard steeg hier bovenuit, ze correspondeerde met de groten van haar middeleeuwse wereld zoals Bernhard van Clairvaux, schreef haar beroemde muzikale composities en haar natuurkundige geschriften en kreeg daarbij ook nog Goddelijke visioenen die zij in uiterst poëtische taal beschreef. Wie was nu deze Hildegard von Bingen, wat voor beeld doemt op van haar uit de middeleeuwse mist en alle hedendaagse projecties die er op haar worden losgelaten? Geboren voor het klooster Hildegard werd geboren in 1098 als het tiende kind van Graaf Hildebert von Bermersheim en zijn vrouw Mechthild, een adellijk echtpaar, de familie von Bermersheim was volgens de ‘Vita Sanctae Hildegardis’, de hagiografie, die na haar dood in de 13de eeuw werd geschreven, een familie die ‘zowel uitblonk in adellijkheid en in rijkdom, maar ook door reputatie en naam’. Haar geboorteplaats was in Bermersheim, een paar kilometer noordelijk van Alzey in Rheinhessen. Een streek met een rijke geschiedenis, met sporen van Germaanse, Keltische en Romeinse nederzettingen. Later maakte het deel uit van Frankische Rijk. Er zijn nu in Bermersheim geen sporen meer te vinden van de familie van Hildegard, het enige gebouw dat mogelijk al bestond ten tijde van de geboorte van Hildegard is de kerktoren die mogelijk al meer dan 1000 jaar oud is. Uit een manuscript uit 1731, gevonden in het archief van het stadje, blijkt echter dat er een groot landhuis stond naast de kerk en dat Hildegard waarschijnlijk gedoopt is in deze kerk. Als 10de kind, en dan ook nog een meisje, werden er van Hildegard waarschijnlijk geen grootse en meeslepende zaken verwacht. Ze werd al bij haar geboorte opgedragen aan de kerk, wat vaker gebeurde bij een tiende kind van een adellijk geslacht, het zogenaamde ´tiendoffer´. Hildegard moet een bijzonder kind geweest zijn, dat al op driejarige leeftijd visioenen had van oplichtende voorwerpen, maar dit, intelligent genoeg, verzweeg voor haar omgeving, toen ze besefte dat blijkbaar niet iedereen dit soort zaken zag. In 1106, als achtjarig meisje, kwam Hildegard daadwerkelijk in een Benedictijnerklooster terecht voor een religieuze opvoeding. Haar mentrix in het klooster was Jutta von Spanheim, een vrouwelijke heremiet uit een rijke vooraanstaande familie, die de wereld de rug toe had gekeerd en haar leven aan God had gewijd. Heremieten waren anders dan normale kloosterlingen, de term is afkomstig van het Latijnse ‘eremita’, wat weer is afgeleid van het Griekse ‘eremites’, wat zoiets betekent als ‘levend in de woestijn’. In het vroege Christendom waren heremieten dan ook strenge gelovigen die in navolging van Christus (die echter maar 40 dagen in de woestijn verbleef) het isolement en de ascese van de woestijn zochten om daar tot een diep geloof te komen. Eigenlijk waren zij de voorlopers van de kloosterlingen, alleen leefden zij doorgaans niet in gemeenschappen, maar alleen. In de Europese hoge middeleeuwen was er een revival van deze manier van spirituele beleving aan de gang en Jutta van Spanheim was zeker niet alleen in haar ascetisch isolement. Vooral vrouwen voelden zich vaak aangetrokken tot een bestaan als heremiet. Een andere bekende vrouwelijke heremiet is Suster Bertken die zich in de 15de eeuw in Utrecht leefde, in een gemetselde kluis bij de Buurtkerk. Ook Jutta leefde in een soort kluis binnen een vrouwengemeenschap, die was verbonden aan het Benedictijner mannenklooster in Disibodenberg, aan de samenloop van de Nahe en de Glan, vlakbij Bad Kreuznach. De kluis van Jutta bestond uit een paar kleine vertrekken met een ommuurde tuin. Jutta leefde volgens de regels van de Heilige Benedictus. Dit inkluizen werd als een hogere spirituele weg gezien, het toppunt van ascese. Jutta, die overigens maar acht jaar ouder was dan Hildegard, nam de verdere opvoeding van Hildegard ter hand.
De ruines op de Disibodenberg Nu staan er alleen nog ruines van het klooster op de Disibodenberg, maar de plek heeft nog steeds een vredige sfeer. Men kan er een museum bezoeken waar men archeologische vondsten kan bezichtigen en in de omgeving zijn wandelpaden die leiden langs mooie plekjes . Waarschijnlijk was deze plek al een heiligdom in heidense tijden, maar vanaf de 7de eeuw is er een christelijke gemeenschap gevestigd en was het een uitvalbasis voor missionarissen in de Nahe-streek. Een van die missionarissen was Disibod, een Ierse monnik die een monnikencel voor zichzelf bouwde op de berg die later naar hem vernoemd zou worden. In deze periode waren nonnenkluisters vaak verbonden aan een mannenklooster. De precieze locatie van de kluis van Jutta is nog niet gevonden, er vinden nog steeds opgravingen plaats op de Disibodenberg. Jutta van Sponheim was in ieder geval de eerste die in de cel woonde. Later in het gezelschap van Hildegard en andere jonge meisjes. Hoe ongewoon het dus ook in onze hedendaagse ogen is dat een middeleeuws achtjarig meisje uit de betere stand zich samen met andere jonge vrouwen en meisjes laat inmetselen in een kloosterkluis, in de tijd van Hildegard was het redelijk normaal. Wel kan het bijna niet anders zijn dan dat de hele ceremonie van het inkluisteren diepe indruk op haar moet hebben gemaakt. Deze ging namelijk gepaard met een dodendienst, dit omdat de heremieten min of meer dood waren voor de seculiere samenleving. De toekomstige heremiet of gekluisterde werd bediend door de bisschop, terwijl deze op een lijkbaar lag uitgestrekt. Dit is waarschijnlijk ook gebeurt met de 8-jarige Hildegard.
Jutta von Spanheim ontvangt de kleine Hildegard, fragment uit het Hildegardaltaar uit 1895 in de Rochuskapel in Bingen Hildegard ontving van Jutta een elementaire kloosteropleiding, wat lezen en schrijven, uiteraard in het Latijn. Zelf noemde ze later haar opleiding gebrekkig (haar grammatica zou nooit vlekkeloos worden, en haar literaire werken heeft ze dan ook grotendeels niet zelf geschreven, maar liet zij opschrijven door klerken). Verder zal ze muzikaal onderwijs hebben gehad, mogelijk ook doordat de kluis van Jutta op het terrein van het Benedictijner mannenklooster stond en zij via de kerkdiensten in aanraking kwam met de Gregoriaanse gezangen van de broeders. Toch stonden de meeste Benedictijnerkloosters in deze periode bekend om hun grote bibliotheken en waren zij in deze redelijk intellectueel arme periode, oases van wetenschap en kunst. Het kan bijna niet anders of Hildegard moet een meisje zijn geweest die alles wat ze aan kennis tegenkwam opzoog als een spons. Ondank dat ze zelf later schrijft dat ze vooral tot intellectueel inzicht is gekomen dankzij haar Goddelijke visioenen, geeft ze in haar werken, brieven en muziek blijk van een grote algemene ontwikkeling, die niet zomaar is aan komen waaien. Tussen de jaren 1112 en 1115 besluit Hildegard om voorgoed in het klooster te blijven en neemt de Benedictijnergelofte aan. Waarschijnlijk werd zij gewijd door Bisschop Otto van Bamberg. Hij vertegenwoordigde in deze tijd de kerk omdat Aartsbisschop Adalbert I van Mainz gevangen was genomen door de Keizer. Hildegard als abdis Jutta stierf in 1136, toen Hildegard 38 jaar was. Zij werd toen gekozen als hoofd van de vrouwenafdeling en de tuin van het klooster, binnen de muren echter van het heremietenverblijf. Dit heremietenverblijf heeft in de loop van de jaren echter een steeds grotere aantrekkingskracht op vrouwen uitgeoefend, en het aantal zusters groeit gestaag en Hildegard neemt het initiatief voor de bouw van een eigen klooster op de Rupertsberg vlakbij Bingen, dit klooster neemt zij met haar 20 zusters in 1147 in gebruik. Dit alles ging niet zonder tegenwerking van abt Kuno, van het Benedictijnenklooster te Disibodenberg, waar Hildegard eerst met haar nonnen verbleef, deze wilde de al steeds beroemder wordende abdis, voor zijn eigen klooster behouden, maar Hildegard liet toen voor het eerst zien dat zij een ijzeren wil had en dat ze zich niet zomaar liet tegenhouden, als zij een besluit genomen had.
Het huidige klooster op de Rupertsberg In 1165 blijkt ook dit klooster te klein en Hildegard koopt, met behulp van giften en donaties, het voormalige Augustijnerklooster in Eibingen vlakbij Rüdesheim. Hildegard bleef haar domicilie houden op de Rupertsberg, maar stak tweemaal per week in een boot de Rijn over naar Eibingen. De Visioenen Reeds als klein meisje werd Hildegard geconfronteerd met beelden van oplichtende voorwerpen en zag zij profetische beelden. Zelf schrijft ze erover: ‘Tot mijn 15de jaar zag ik veel, en vertelde ik een aantal zaken ook aan anderen, die ze vol verbazing aanhoorden, en zich afvroegen waar deze dingen vandaan kwamen> dat vroeg ik mij ook af en gedurende mijn ziekte vroeg ik een van mijn verzorgsters of ze ook dergelijke zaken zag. Toen zij deze vraag met nee beantwoorde, overkwam mij een grote angst. Vaak vertelde ik in de gesprekken die ik voerde over dingen die in de toekomst zouden plaatsvinden die ik in het heden had gezien, maar nadat ik de verbazing van de toehoorders zag, werd ik meer gesloten.’ Alleen aan Jutta en aan een monnik genaamd Volmar, vertelde Hildegard in die eerste jaren haar visioenen. Volnar zou later haar klerk worden. In het jaar 1141 gebeurde er iets doorslaggevends in de beleving van Hildegard. Toen ze zoals ze zelf beschrijft: ’42 jaar en 7 maanden oud was’, kreeg zij voor het eerst begrip over de visioenen die zij al vanaf haar kindertijd had. Volgens haar eigen zeggen werd zij gegrepen door de Heilige Geest, zag letterlijk en figuurlijk het licht, zoals ook staat afgebeeld op een miniatuur uit haar eerste werk ‘Scivias’. Zij begint te schrijven naar aanleiding van een visioen waarin zij door God een onmiddellijk begrip van alle religieuze teksten kreeg (iets waar haar opvoeding, volgens haar, tekort in was geschoten) en waarin God haar de opdracht gaf om de visioenen die zij kreeg te beschrijven. Zij omschrijft het zelf als volgt: “En het was zo dat………toen ik 42 jaren en 7 maanden oud, dat de hemelen werden geopend en een verblindend licht van een uitzonderlijke helderheid door mijn hersenen stroomde. En het beroerde mijn hart en borst als een vlam, niet brandend maar verwarmend………en plotseling begreep ik de betekenis van de openbaringen in de boeken…..” Hildegard zag deze visioenen met haar innerlijk oog, en niet letterlijk. De door Hildegard beschreven visioenen lijken erg op de visioenen zoals die beschreven worden in het Oude Testament, en net zoals de oude Joodse profeten kreeg ook Hildegard de Goddelijke opdracht om alles op te schrijven. In eerste instantie begreep Hildegard niet waarom zij als ‘arme nederige vrouw’ door God was uitgekozen en werd ze zo onzeker dat ze aarzelde om het bevel van God uit te voeren: “Maar alhoewel ik deze dingen hoorde en zag, door twijfel en minderwaardige gedachten over mijzelf en om verschillende gezegden van mannen, weigerde ik voor een lange tijd aan de oproep tot schrijven gehoor te geven, niet uit koppigheid maar uit bescheidenheid, totdat ik terneer werd geslagen door de toorn van God, lag ik op een ziekbed”. Deze aanvallen van ziekte zouden Hildegard haar hele leven teisteren. Overvallen door twijfel besluit ze zich tot Bernhard van Clairvaux te richten voor advies, Bernard van Clairvaux, de toen al zeer beroemde middeleeuwse kerkleraar en grondlegger van de middeleeuwse mystiek, is in eerste instantie nogal voorzichtig in zijn antwoord aan Hildegard. Hij besluit echter wel haar geschriften onder de aandacht van Paus Eugenius de IIIde (1145-1153) te brengen die Hildegard aanspoorde om verder te schrijven, nadat hij de teksten had gelezen. Met deze pauselijke zegen maakt haar werk verder af. Ze noemt het ‘Scivias’ wat een afkorting is voor het Latijnse ‘Scito vias Domini’ (Ken de Wegen van de Heer). Later word Hildegard door paus Eugenius omschreven als de ‘Prophetissa teutonica’. Zij schrijft later met behulp van de non Richardis en de monnik Volmar nog twee andere visionaire werken. ‘Liber vitae meritorum’ (het Boek van de Goede Dingen van het Leven) uit 1150-1163 en ‘Liber divinorum operum’ (Het Boek van de Goddelijke Werken) uit 1163, waarin ze vooral verder uitwijdt over haar theologische ideeën. In de visie van Hildegard is de mens geschapen als een vrij wezen. Gedurende zijn hele leven mag dit vrije wezen zelf beslissen welke weg hij wil bewandelen, de weg van God of weg van God. Hildegard roept uit: ‘Mens, wordt wat je reeds bent, een mens’.
De plaats van de mens in de kosmos, illuminatie uit de ‘Scivias’ Migraine? Tegenwoordig denkt men dat de visioenen van Hildegard te maken hadden met een mogelijk lijden aan migraine. De manier waarop ze haar visioenen beschreef lijken erg op de signalen die sommige migrainepatiënten krijgen voordat een daadwerkelijke aanval begint. Deze beschrijven wel vaker lichtflitsen en zichtverstoringen (aura’s), soms zelfs tijdelijke blindheid. Er is zelfs een specifieke vorm van extreme hoofdpijn bekend waaraan Hildegard geleden zou kunnen hebben, het gaat hier om chronische paroxysmale hemicrania (CPH) ook wel bekend als het Sjaastad syndroom. Deze vorm van migraine komt meer bij vrouwen dan mannen voor en kan inderdaad ook al bij kinderen voorkomen, de jongste beschreven patiënt was 6 jaar. Uiteraard is dit allemaal speculatie en dit soort verklaringen worden ook ingegeven door onze moderne drang om voor alles een rationele uitleg te hebben. Toch is het opvallend hoe de verschijnselen die Hildegard noemt als ze een visioen gekregen had ook weer lijken op wat migrainepatiënten doormaken na een aanval, zoals een ziek gevoel, gezichtsstoornissen en vooral het gevoel van euforie als de aanval gestopt is en de opleving na een aanval. Latere werken Naast deze werken van Goddelijke inspiratie schrijft Hildegard schreef ook een boek over natuurlijke fenomenen en hun helende kwaliteiten ‘Liber subtilitatum diversarum naturarum creaturarum’ (Het Boek van de Geheimen van de Natuurlijke Schepping). Al in de 13de eeuw werd het boek onderverdeeld in de ‘Physica’, een voor het volksgebruik bestemde natuurgenezingsleer en in de ‘Causae et curae’, waarin genezings – en behandelingsmethoden worden beschreven die hun wortels hebben in de antieke kosmologie en in de humoraalleer, verbonden met de christelijke scheppings – en verlossingsleer. Dit werk is geschreven in 1150 en is heel anders dan de visionaire werken van Hildegard, maar ook in deze boeken zien we een spirituele inspiratie terugkomen. Wat ook opvallend is, is een in onze ogen zeer moderne visie op vrouwelijke seksualiteit, en waarschijnlijk heeft zij ons de eerste beschrijving gegeven van het vrouwelijk orgasme: “Als een vrouw de liefde bedrijft met een man, brengt een gevoel van hitte in haar geest, dat een zinnelijk genot met zich mee brengt, de smaak van dat genot tijdens de daad over en roept de afgifte van het zaad van de man op. En als het zaad op zijn plaats is gevallen trekt die hevige hitte van haar geest het zaad naar zich toe en houdt het vast, en spoedig trekken de vrouwelijk organen zich samen, en alle delen die zich openen tijdens de menstruatie sluiten zich nu, op dezelfde manier waarop een sterke man iets in zijn vuist ingesloten kan houden.” Het ‘Liber subtilitatum diversarum naturarum creaturarum’ is niet geheel origineel, Hildegard heeft zich laten inspireren door de medicinale werken die zijn overgeleverd vanuit de klassieke oudheid, zoals gebruikelijk was in de middeleeuwen, zoals de werken van Hippokrates en Dioscorides, maar ze interpreteert ze wel op een eigen manier en voegt ook nieuwe dingen toe, bijvoorbeeld over planten die de schrijvers van de klassieke oudheid niet kenden omdat ze van Noord-Europese oorsprong waren, bijvoorbeeld Arnica. Ze gebruikte de humorenleer uit de klassieke oudheid als basis, zoals alle geleerden in die tijd en deelt planten in op hun eigenschappen, ze noemt ze heet of koud, vochtig of droog. Dit schrijft ze bijvoorbeeld over de Alruin (Mandragora officinarum): ‘De Mandragora is warm, enigszins waterig, en komt uit die aarde, waarvan ook Adam geschapen werd. Ze lijkt wat op een mens. En juist vanwege dat mensachtige voorkomen, heeft ze meer van de duivelse verleider in zich dan andere kruiden en belaagt ons. Vandaar dat de mens er door in zijn gevoelens geraakt word, of die nu slecht zijn of goed, zoals dat ook het geval is met afgodsbeelden. Wanneer men ze uit de aarde heeft getrokken, moeten ze zo snel mogelijk een dag en een nacht in bronwater gelegd worden. Daardoor wordt alles boze en alle schadelijke vochten uitgedreven, zodat ze voor magische kunsten en tovenarijen niet meer deugt. Wanneer men haar echter uit de aarde trekt en bewaart met de aanhangende aarde, dus de plant niet op de voorgeschreven manier wast, dan is ze schadelijk en kan voor vele magische doeleinden gebruikt worden. Men kan er dan al die slechte dingen mee doen, die ook met afgodsbeelden gedaan worden. Wanneer nu een man door die magische invloeden of uit vleselijke lust, zich niet kan matigen, dan moet hij de vrouwelijke gedaante van de plant, nadat ze in bronwater is gewassen, deze met inhoud drie dagen en drie nachten tussen de borst en de navel vastbinden, daarna de vrucht in twee delen splijten en die net zo lang op beide lendenen dragen. Dan de linkerhand van die gestalte fijn wrijven, met wat kamfer vermengen en het dan eten. Dan zal die persoon genezen’. Hildegard de componiste Muziek was het eerste communicatiemiddel met het Goddelijke voor Hildegard, en haar laatste literaire werk is dan ook een lofzang op muziek, zij beschrijft het als het herbeleven van de vreugde van het Paradijs, voor de Zondeval. Zoals ze ook in haar natuurkundige werken veel bezig was met de staat van de mens voor de verjaging uit het Paradijs en haar streven om terug te keren tot deze zondevrije toestand. De muziek die ze zelf schreef lijkt ook paradijselijk. De muzikale werken van Hildegard zijn onderverdeeld in twee grote werken: de ‘Ordo Virtutum’ (Het Spel van de Deugden), een gezongen zinnenspel voor vrouwenstemmen met een partituur voor een mannenstem (de duivel), die ze componeerde voor de nonnen van haar klooster en ‘Symphonia armonie celestium revelationum’ (Symphonie van de Harmonie van de Hemelse Openbaringen), de Symphonia is een verzameling van 77 liederen voor de mis, inclusief antiphonen, responsorien, sequences, hymnen, een Kyrie en een Hallelujah. Muziek was voor Hildegard zo’n directe weg naar verlichting, dat deze kunstvorm haar inspireert tot het van wellicht haar mooiste werk: ‘Over het vitale belang van muziek voor een ethisch en spiritueel leven’. De muziek van Hildegard is tot voor recent genegeerd door musicologen omdat ze helemaal niet typerend is voor de middeleeuwen. De muziek van Hildegard bevat bijvoorbeeld een zeer groot muzikaal bereik van wel 2 octaven, grote intervallen en bloemrijke melodieën. Toch heeft haar muziek wel degelijk zijn wortels in de Gregoriaanse muziek van haar tijd. De teksten zijn vaak heel lyrisch en vertellen over heiligen als Sint Ursula en Sint Rupert. Haar laatste jaren Uit dit alles blijkt al dat Hildegard niet als de eerste de beste abdis werd gezien. Vier tussen 1158/59 en 1170 ondernomen reizen en een uitgebreide correspondentie met kopstukken van de kerk en wereldlijke macht duiden hier ook al op. In deze brieven blijkt vooral de persoonlijkheid van Hildegard, haar brieven zijn moedig direct en ontroerend eerlijk, ze geeft blijk van een grote vrijgevigheid en betrokkenheid, ook blijkt er een gevoel voor humor uit en een groot psychologisch inzicht uit. Meer dan 300 brieven zijn er van haar bewaard gebleven. Haar resterende jaren waren zeer productief. Ze schreef muziek en teksten voor haar liederen, meestal liturgisch gezang dat de Heiligen eerden en de Maagd Maria ter gelegenheid van feestdagen. Er is wat bewijs dat muzikaal toneelstuk Ordo Virtutum (Spel der Deugden) in haar eigen klooster werd opgevoerd. In de laatste jaren van haar leven komt Hildegard in een grote strijd met de autoriteiten van de kerk. Ze laat namelijk een geëxcommuniceerde adellijke rebel begraven op het kloosterkerkhof. Geëxcommuniceerden mochten niet in geheiligde grond begraven worden en de bisschop beveelt dan ook dat het lichaam opgegraven moet worden. Hildegard weigert dit te doen omdat volgens haar weten, de man gebiecht had en was gestorven in de Genade Gods. De bisschop gaat zo ver dat hij Hildegard’s klooster in de ban doet en dat de nonnen niet langer de Heilige Mis mogen bijwonen. Hildegard houdt voet bij stuk. Enkele maanden voor haar dood worden al haar rechten hersteld. Hildegard overlijdt op 11 september 1179 op 81-jarige leeftijd. Volgens de legende verschenen er tekens aan de hemel toen Hildegard haar laatste adem uitblies. Een prachtig licht liet zich zien, met daarin een rood glinsterend kruis. In eerste instantie werd zij begraven op het kloosterkerkhof op de Rupertsberg, later, in 1642, vind zij haar definitieve rustplaats in de parochiekerk van Eibingen.
De reliekschrijn van Hildegard in Eibingen De eerste biografie van Hildegard werd geschreven door haar tijdgenoten, de monniken Gottfried en Theodoric. Guibert van Gembloux stelde een andere samen. Heiligverklaring Al tijdens haar leven doen er al verhalen de ronde dat Hildegard zieken kon genezen, zo is er de legende dat ze tijdens een van haar overtochten over de Rijn een kleine jongen van blindheid genas, door hem de handen op te leggen. Na haar dood, was zij een van de eerste potentiële heiligen, op wie de canonisatieprocedure officieel werd toegepast. In de 10de eeuw was deze procedure door de Katholieke kerk ingesteld om een heiligverklaring meer officieel te maken. Voor deze tijd werd de titel van ‘heilige’ zonder onderzoek of proces gegeven aan mensen die in het volksgeloof de rol van wonderdoener gekregen hadden, en veel vroege heiligen zijn nooit officieel gecanoniseerd. De eerste heilige die officieel gecanoniseerd werd was Sint Ulrich van Augsburg die in 933 heilig werd verklaard door de paus. Het proces houdt een uitgebreid onderzoek in naar de levenswandel van de mogelijke heilige, eventuele wonderen verricht door de kandidaat. Het proces bevat een aantal stappen, een ervan is de zaligverklaring en de laatste is de canonisatie. Ook Hildegard behoorde bij de eerste kandidaatheiligen waarvoor er een canonisatieproces werd gehouden. Het duurde echter heel lang en vier keer werd er een canonisatieprocedure opgestart. De laatste onder Paus Innocentius de IV is nooit afgemaakt, wel verklaarde men haar zalig. Maar in de volksmond was ze allang een heilige. Aan het eind van de 16de eeuw werd zij opgenomen in de Romeinse lijst van martelaren, zonder formele canonisatie, waardoor ze nu toch officieel een heilige is. Bronnen De Vita van Hildegard – Tony Lindijer Hildegard's Healing Plants : From Her Medieval Classic Physica – Hildegard von Bingen Hildegard of Bingen's Book of Divine Works : With Letters and Songs – Matthew Fox Hildegard von Bingen, Prophetin in die Zeit - Sr. Philippa Rath Die Natur- und Heilkunde Hildegards von Bingen - Sr.Philippa Rath http://www.wolfgang-schuhmacher.de/hildegardvonbingenspiritualitaet/bistumhildegard/home.htm http://www.satucket.com/lectionary/Hildegard_Bingen.htm Muziek van Hildegard Er is heel veel muziek van Hildegard inmiddels verschenen op CD, hier een kleine selectie: Hildegard von Bingen, Canticles of Ecstasy Feather on the Breath of God, Gothic Voices Music of the Angels, Hildegard von Bingen Hildegard von Bingen: Voice of the Blood
Gonnie van Elteren (gonnie@herbasanitas.nl)
|